Ook kleine ingrepen verbeteren de work-lifebalance

Gezinsenquête: ouders willen meer tijd om zélf voor hun kinderen te zorgen

Als vervolg op de gezinsenquête van 2016, namen opnieuw zo’n 3.300 gezinnen met inwonende kinderen tussen 0 en 25 jaar deel aan de bevraging van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ouders kregen vragen voorgeschoteld over relaties, inkomen, opvoeding en gezondheid. Weliswaar focust op de antwoorden over gezinsondersteuning, formele en informele opvang, en de combinatie tussen werk en gezin.

Net zoals in 2016 blijkt uit de meest recente gezinsenquête dat ouders kinderen opvoeden verrijkend vinden. Dat betekent niet dat de balans tussen zorgen voor de kinderen en zorgen voor zichzelf en de relatie makkelijk is. Een derde van de ouders die deelnamen aan de enquête vindt het ouderschap moeilijker dan verwacht, en zeven op tien ouders heeft vragen en zorgen over de opvoeding. Dat is een toename in vergelijking met de vorige enquête. De coronacrisis kan hiermee te maken hebben. Over deze onderwerpen hebben gezinnen de meeste vragen of zorgen: school- en studieprestaties, emoties (driftbuien, faalangst, laag zelfbeeld), gebruik van internet, sociale media en gaming.

Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur bij Opgroeien, stelt vast dat driekwart van de gezinnen met veel vragen en zorgen professionele ondersteuning gebruikt. De meeste gezinnen die ondersteuning kregen, hebben ook echt iets aan die ondersteuning gehad, zegt hij. “We zien ook dat gezinnen zonder of met weinig vragen ondersteuning gebruiken. Dat is positief. Opvoedingsondersteuning moet er voor iedereen zijn, op een laagdrempelige manier. De minderheid die zegt geen gebruik te maken van professioneel advies kunnen vaak terecht bij hun informeel netwerk. Op basis van de resultaten van de gezinsenquête kunnen we dus stellen dat het goed zit met de opvoedingsondersteuning in Vlaanderen. Toch mogen we niet op onze lauweren rusten. Psychologen, therapeuten en kinderpsychiaters zijn meest vermelde bron van advies en ondersteuning. Heel wat ouders geven aan dat ze in de toekomst op hen een beroep willen doen.”

Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur Opgroeien: “Er zijn weinig gezinnen die voltijds op informele opvang door familie rekenen, maar vooral in de uurtjes na school of op woensdagnamiddag wordt de opvang door grootouders vaak erg geapprecieerd.”Onbetaalde hulp werd gemist tijdens de pandemie

Drie op tien gezinnen krijgen onbetaalde hulp van familie, voornamelijk van de grootouders. In 2016 was dit vier op tien. Dit cijfer nam minstens gedeeltelijk af door de coronamaatregelen. In de antwoorden op open vragen werd vaak aangehaald dat de pandemie snel voorbij mocht zijn, zodat familie opnieuw zou kunnen helpen. “De uren na school zijn voor veel gezinnen moeilijk. Naar school brengen ’s morgens lukt vaak wel, maar ophalen na school is moeilijker. Daar springen de grootouders vaak even bij. Er zijn weinig gezinnen die voltijds op informele opvang door familie rekenen, maar vooral in de uurtjes na school of op woensdagnamiddag wordt de opvang door grootouders vaak erg geapprecieerd”, aldus Vancoppenolle.

Formele opvang

Het gebruik van betaalde kinderopvang nam ook af in vergelijking met de vorige gezinsenquête. Minder gezinnen met een kind jonger dan drie jaar maken gebruik van opvang door een onthaalouder. Lagereschoolkinderen gaan minder naar de buitenschoolse opvang dan voorheen. Een betaalde oppas wordt minder vaak ingehuurd. Ook dit moeten we zien in het licht van de coronapandemie. Gezinnen met een kind jonger dan drie jaar bleven hun kind wel even vaak naar het kinderdagverblijf brengen.

In de vakantieperiodes maakt een op vier specifiek gebruik van speelpleinwerking en kampjes omdat ze niet genoeg verlof hebben. Dit cijfer verdubbelt als het jongste kind in het gezin tussen drie en zes jaar is. Van de groep die aangeeft te moeten werken of niet genoeg vakantiedagen te hebben, geeft de helft aan meer dan twintig dagen per jaar vakantieopvang te gebruiken. Gezinnen waar beide ouders voltijds werken, maken hier het meest gebruik van. “Het aanbod voor oudere kinderen is divers, van sportkampen tot speelpleinen. Door het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten krijgen lokale besturen de regierol toegeschoven”, legt Vancoppenolle uit. “Zo kunnen ze een lokaal aanbod uitwerken dat ervoor zorgt dat kinderen alle kansen krijgen om zich te ontplooien, en dat ouders helpt om werk, opleiding en gezin te combineren. Via een open vraag kregen we een beter zicht op de noden die bij ouders leven. Velen geven aan dat het aanbod te beperkt of niet gevarieerd genoeg is, of worstelen met de beperkte openingsuren. Sommige ouders zijn gewonnen voor het idee van een brede school waar vrijetijdsactiviteiten georganiseerd worden na de schooluren. Voor een deel van de ouders is dit misschien een welkome oplossing, maar anderen zullen liever eerst hun kindje thuis wat laten rusten voor ze naar de hobby gaan. Het is geen one size fits all.” Wat betreft opvang in de vakantie is er zeker voor kindjes tussen drie en vijf niet zo’n groot aanbod. “Voor grotere kinderen is er de jeugdbeweging en zijn er meer sportkampen, maar voor jongere kindjes kan het vakantieaanbod misschien nog uitgebreid worden.” Ouders geven ook aan dat het aanbod voor tieners beperkt is, en dat het voor kinderen met een beperking moeilijk is om een plekje te vinden.

Meer tijd a.u.b.

“Zes op tien gezinnen is best tevreden met de combinatie tussen werk en gezin, maar dat betekent dat we 40% nog gelukkiger zouden kunnen maken”, aldus Geraldine Dupont, stafmedewerker data bij Opgroeien. “Een van de grote verzuchtingen die vaak terugkeert in antwoorden op de open vragen is tijd. Ouders willen graag meer tijd om zelf voor de kinderen te zorgen. In de praktijk zouden ouders graag meer vakantiedagen hebben, of werkuren en schooluren die beter op elkaar afgestemd zijn. Helaas zijn flexibele werkuren niet in alle jobs een optie, en laat de financiële situatie in veel gezinnen het niet toe om deeltijds te werken. Nochtans zijn veel ouders vragende partij om meer zelf voor hun kinderen te zorgen.”

Geraldine Dupont, stafmedewerker data Opgroeien: “Ouders willen graag ook meer zelf voor hun kinderen zorgen. Dat kan deels mee mogelijk gemaakt worden door een betere afstemming van werk op het gezinsleven.”

“De pandemie is misschien een keerpunt geweest”, zegt Dupont. “Voorheen stonden veel werkgevers terughoudend tegenover thuiswerk. Door corona werden veel bedrijven verplicht om thuiswerk toe te staan. Sinds de maatregelen opgeheven zijn, komen werknemers weer vaker naar kantoor. Maar werkgevers zouden – als het werk het toelaat – ook kunnen overwegen om thuiswerken en glijdende uren te behouden of net meer toe te laten.” Thuiswerk vraagt wat vertrouwen in de werknemer, maar heeft positieve effecten. “Het kan een grote hulp zijn in de opvang en opvoeding van de kinderen. Het kan werklast en stress verlagen. Het maakt het woon-werkverkeer minder druk. Maar we moeten niet alleen naar werkgevers kijken. De invoering van de mogelijkheid om een halve dag ouderschapsverlof op te nemen was bijvoorbeeld een goed initiatief. Dat heeft een kleinere financiële impact dan een vierdagenweek en helpt toch vaak de woensdagnamiddag te overbruggen. Sinds die regeling bestaat, nemen ook meer mannen ouderschapsverlof op. Voordien bleek een volledige vakantiedag voor hen vaak een drempel. Soms maken kleine ingrepen toch een groot verschil in de work-lifebalance. In plaats van een balans zou je ook over een puzzel kunnen spreken. Alle onderdelen van het gezinsleven en de carrière moeten in elkaar passen”, besluit Dupont.

Het belang van kinderopvang voor Sofie en Joeri           

Sofie en Joeri hebben twee kindjes: Vic is vier en Nell zeven. Sofie is zelfstandig kapster en Joeri werkt als opvoeder in de zorg voor mensen met een beperking. Hun werkdag loopt niet altijd volgens hetzelfde schema, dus kinderopvang en wat ondersteuning zijn zeker welkom in hun gezin. “Onze twee kindjes zijn allebei naar een onthaalmoeder gegaan. We waren zo blij dat zij er was. Zonder onthaalmoeder hadden we het niet gered. Ik kon de kindjes ’s morgens zelf wegbrengen. ’s Avonds haalde een van ons of de grootouders hen op. We zijn heel blij dat onze ouders ons hielpen, maar wilden ook niet dat alle druk van de opvang van de kindjes op hen terechtkwam. Het is ook geweldig wat onze kindjes allemaal geleerd hebben bij de onthaalmoeder. Door onze drukke werkplanning was die ondersteuning een noodzaak.”

Sofie Malt, zelfstandig kapster en mama: “Hoedje af voor alle mensen die ons met veel geduld helpen met de opvang van de kindjes: zonder hen zou ons leven er helemaal anders uitzien.”Nu de kindjes op school zitten maken Sofie en Joeri ook dankbaar gebruik van de buitenschoolse opvang. “Dat geeft ons gelukkig wat meer speling, want zeg nu zelf: wie kan er om half vier aan de schoolpoort staan als je moet werken? We zijn blij dat de optie er is, al maken we er niet altijd gebruik van. De grootouders nemen de uurtjes na school ook graag voor hun rekening. Ze zorgen er vaak ook voor dat de kinderen gegeten hebben en ze begeleiden de oudste bij het huiswerk. We proberen het ook een paar keer per week zelf te organiseren, maar dankzij de steun is ons werk op de drukste dagen toch lichter. Zelfs de overgrootouders van Joeri’s steken af en toe nog een handje toe. Als die familiale steun er niet zou zijn, dan zou ik werk en gezin niet kunnen combineren. We kunnen altijd op hen rekenen. We werken allebei ook in het weekend, wat het vaak nog moeilijker maakt om opvang te regelen. Op die dagen is de opvang door de grootouders echt van onschatbare waarde.”

Sinds dit jaar gaan de kindjes tijdens de schoolvakantie ook naar vakantiekampjes. “Die zijn geweldig en de kinderen gaan er erg graag naartoe. Ze maken er veel plezier en kunnen met andere kindjes spelen, terwijl ze anders gewoon thuis zouden zijn terwijl mama werkt. We proberen samen met hun vriendjes voor hetzelfde kampje te kiezen, zodat de ouders kunnen afwisselen met brengen en halen. Op die manier samenwerken maakt de combinatie tussen werk en gezin weer wat haalbaarder.”

Sofie kan niet genoeg benadrukken hoe blij ze is met alle hulp en opvang. “De onthaalmoeder, de monitoren van de vakantiekampjes , de naschoolse opvang en grootouders: zonder hen zou ons leven er helemaal anders uitzien. Dankzij hen hebben de kinderen ook niet het gevoel dat ze weg moeten, maar dat ze mogen gaan. Door de afwisseling blijven ze ook overal graag naartoe gaan. Petje af voor iedereen die met zoveel geduld helpt bij de opvang van onze kindjes. Dit helpt ons om werk en gezin te combineren.”

Meer resultaten en thema’s uit de gezinsenquête ontdekken? Kijk vanaf eind november op www.gezinsenquete.be

Foto's
Jan Locus