Het nieuwe wonen

Column Harold Polis

Op 19 april ging in Anderlecht een armoedig appartementsgebouw in vlammen op. Drie mensen in de fleur van hun leven kwamen om. Nog geen maand eerder had Welzijnszorg op de Europese Dag van de Huisvesting aan de alarmbel getrokken: de huisvestingsproblemen in Brussel zijn enorm. 

Er staan ruim 49.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Het duurt ruim tien jaar eer je aan de beurt komt. Wachtenden moeten huren op de Brusselse privémarkt. Goedkopere huurwoningen zijn er vaak in slechte staat en overdreven duur. 75% van alle Brusselaars betaalt méér dan een derde van het inkomen aan huisvesting. 33 à 40% van de Brusselaars leven onder de armoedegrens. In Brussel is de frontlinie in de strijd om te overleven heel breed. Hoe krijgen we die brute miserie klein? Terecht blijft Welzijnszorg hameren op het recht op wonen en op grotere investeringen in sociale woningbouw.

Het beeld van het zwartgeblakerde krot in de Heyvaertstraat staat in schil contrast met Kansen scheppen in ontmoeting, de frisse en ordelijke ambitienota van Erik Wieërs, de nieuwe Vlaamse Bouwmeester. De Vlaamse overheid stimuleert al twintig jaar lang het debat over kwaliteitsarchitectuur. Wat is de beste manier om te wonen en te bouwen? We moeten zo bouwen, schrijft Wieërs, dat “de ruimtelijke ervaring van het onderscheid tussen wat privaat, collectief en publiek is” wordt hersteld. Wieërs wil dorpskernen verdichten en mensen samen laten wonen. Hij pleit voor toekomstbestendige nieuwbouw en het hergebruik van het bestaande patrimonium. Bovendien wil hij de ruimtelijke ordening denken vanuit open ruimtes die hij zoveel mogelijk aan elkaar wil schakelen. Die genuanceerde kijk is welkom in de bikkelharde discussies over de betonstop, grote publieke projecten zoals Oosterweel en de praktische gevolgen van de ecologische transitie. Uiteraard gaat het om astronomische bedragen, maar we moeten blijven praten over wat al dat bouwen voor ons betekent en wat we ervan verwachten. De zorgsector is in dat debat een hoofdrolspeler.

De tragedie van Anderlecht maakt de ondergrens duidelijk: een woning mag in de eerste plaats geen doodskist zijn. Het volstaat ook niet om te denken dat alle problemen zich in Brussel bevinden. De klimaattransitie levert het beste bewijs. Tegen 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Om dat doel in België te bereiken is het energie-efficiënt maken van ons verouderde woningpark een van de belangrijkste maatregelen. Op elke voordeur moet er minstens een A-label kleven. We moeten een duizelingwekkend aantal van ongeveer 3,5 miljoen woningen en appartementen verbouwen. Nog steeds geldt de boutade van architect Renaat Braem uit zijn klassiek boek Het lelijkste land ter wereld (1968): “Totale vernieuwing of totale ondergang.” Braem ging tekeer tegen de ruimtelijke wanorde en luidde meer dan een halve eeuw geleden al de ecologische alarmbel. De uitdaging is vandaag nog veel groter, maar biedt ons ook ongekende kansen om ieders woningkwaliteit te verbeteren en grote sociale ambities te koesteren.

>> De ambitienota van Erik Wieërs kan je downloaden op vlaamsbouwmeester.be

Foto's
Bob Van Mol
Tags
154